Hondenverblijf Voorwaarden

Voorwaarden

Algemene voorwaarden Hondenpension Joy

ARTIKEL 1 – Definities
In deze voorwaarden wordt verstaan onder:
a. Het pension: de instelling die de verzorging van het onder te brengen dier verzorgt voor de eigenaar gedurende een bepaalde tijd.
b. De pensionhouder: de vertegenwoordiger van het dierenpension.
c. De eigenaar: de eigenaar van het in het pension onder te brengen dier of diens gemachtigde.

ARTIKEL 2 – Overeenkomst
1. De eigenaar geeft door het onderbrengen van zijn/haar dier in het pension volmacht aan de pensionhouder die deze volmacht aanneemt, om (gedurende het verblijf van het dier in het pension van de pensionhouder) als een goed pensionhouder te handelen. Bij eventuele medische verwikkelingen zal de pensionhouder na overleg met de aan het pension verbonden dierenarts besluiten over eventuele behandeling van het dier.
2. De eigenaar moet, uiterlijk bij aanvang van het verblijf van het dier aan de ondernemer alle gevraagde informatie verstrekken, die van belang is voor een goede en verantwoorde huisvesting en verzorging van het huisdier. Dit zoveel mogelijk onder overlegging van de op die informatie betrekking hebbende documenten.
3. De eigenaar is verplicht bij het ondertekenen van de pensionovereenkomst, doch uiterlijk bij de aanvang van het verblijf van het dier in het dierenpension, het bewijs af te geven dat het dier de op dat moment in de sector vereiste vaccinaties heeft ondergaan. Ook dient het dier parasietvrij te zijn. Indien dit niet het geval is, zal de pensionhouder hiervoor zorgdragen en de kosten doorberekenen aan de eigenaar.
4. De eigenaar is aansprakelijk voor de gevolgen wanneer de ondernemer schade ondervindt als gevolg van het niet vermelden van gegevens of het verstrekken van onjuiste gegevens over het dier, tenzij dit de eigenaar niet is toe te rekenen.

ARTIKEL 3 – Aansprakelijkheid
1. Partijen komen overeen dat de pensionhouder ten opzichte van de eigenaar niet aansprakelijk zal zijn voor schade en/of kosten ten gevolge van ziekte, verwonding, vermissing of overlijden van het dier, met uitzondering van gevallen waarin sprake zou zijn van opzet of grove schuld aan de zijde van de pensionhouder.
2. De eigenaar is tegenover de pensionhouder aansprakelijk voor schade die door onaangepast of afwijkend gedrag van het dier is veroorzaakt.
3. Op basis van een vooraf daartoe door de eigenaar afgegeven machtiging is de ondernemer verplicht om bij ziekte van het dier (of een redelijk vermoeden daarvan) de in het aanbod genoemde dierenarts/dierenkliniek te consulteren. Verder is de ondernemer verplicht om in dat geval al die maatregelen te nemen, die hem in de gegeven situatie juist voorkomen. De hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van de eigenaar.
4. Wanneer blijkt dat voor het herstelproces van het dier kostbare veterinaire maatregelen nodig zijn, wordt dit gemeld bij de eigenaar of bij de door de eigenaar aangewezen contactpersoon. Wanneer de hiermee verbonden contacten, ondanks alle pogingen daartoe, niet vlot tot stand kunnen komen en als gevolg daarvan een eventuele vertraging optreedt in de behandeling van het dier, kan de ondernemer dit niet worden toegerekend.
5. De ondernemer mag, na consultatie en op voorschrift van de dierenarts/dierenkliniek, het dier kalmerende of andere medicamenten (laten) toedienen.
6. De ondernemer is bij teruggave van het dier aan de eigenaar verplicht schriftelijk melding te maken van met ziekte samenhangende bijzonderheden bij het dier tijdens het verblijf. Van het raadplegen van een dierenarts wordt in het verslag in elk geval melding gemaakt.
7. De ondernemer stelt na het overlijden van het dier de eigenaar of diens contactpersoon hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. De eigenaar, die zelf over het stoffelijke overschot van het overleden dier wil beschikken, kan dit binnen 1 week na de mededeling van de ondernemer op een afgesproken plaats ophalen. Gebeurt dit niet, dan zal de ondernemer het stoffelijke overschot via de destructie laten verwijderen.
8. Op verzoek van de eigenaar kan de ondernemer zorgdragen dat het stoffelijke overschot op kosten van de eigenaar wordt gecremeerd of
begraven.

ARTIKEL 4 – Betaling
1. Tenzij anders is overeengekomen, vindt betaling van het openstaande bedrag, onder aftrek van een eventuele gedane aanbetaling, plaats in contanten direct bij beëindiging van de pensionovereenkomst.
2. Wordt het dier eerder opgehaald dan de afgesproken periode, dan zal het teveel betaalde aan de eigenaar niet worden gerestitueerd, tenzij anders is overeengekomen met de pensionhouder.
3. De eigenaar is de hiervoor genoemde pensionkosten, kosten van eventuele medische behandeling(en) of inenting(en) van het dier verschuldigd aan de pensionhouder. Voor zover deze bedragen niet kunnen worden voldaan uit de hiervoor omschreven vooruitbetaling, zal het restant van de verschuldigde pensionkosten voldaan moeten worden bij het afhalen van het dier, tenzij anders is overeengekomen met de pensionhouder.
4. De eigenaar is in verzuim vanaf het verstrijken van de afgesproken betalingsdatum. De pensionhouder zendt na het verstrijken van die datum een betalingsherinnering en geeft de eigenaar de gelegenheid binnen 14 dagen na ontvangst van deze betalingsherinnering alsnog te betalen.
5. Als na het verstrijken van de betalingsherinnering nog steeds niet is betaald en de eigenaar stemt niet in met voorlegging aan de Geschillencommissie, conform artikel 17.4, kan tot gerechtelijke of buitengerechtelijke incasso worden overgegaan. De hiervoor in redelijkheid gemaakte kosten zijn voor rekening van de eigenaar. De pensionhouder is tevens gerechtigd rente in rekening te brengen vanaf het verstrijken van de afgesproken
betalingsdatum. Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente.

ARTIKEL 5 – Het afhalen van het dier
1. Het dier zal worden afgehaald door de eigenaar op de tussen de eigenaar en de pensionhouder overeengekomen ophaaldatum. Bij aanvang van de dag volgend op deze datum zal de pensionovereenkomst beëindigd zijn.
2. Indien de eigenaar zich zonder bericht niet op de in de pensionovereenkomst overeengekomen aanvangsdatum met het dier bij het dierenpension meldt, is de pensionhouder niet verplicht om de gereserveerde ruimte nog langer voor de eigenaar beschikbaar te houden; en gerechtigd om 100% van de pensionprijs voor de gereserveerde periode in rekening te brengen. Voorgaande geldt niet als het de eigenaar niet is toe te rekenen.
3. Indien de eigenaar zonder bericht het dier niet binnen 1 week na beëindiging van de pensionovereenkomst bij het dierenpension ophaalt, zal de pensionhouder de eigenaar aanmanen om het dier op te halen. Die aanmaning geschiedt per aangetekende brief met bericht van ontvangst. Een kopie van deze brief wordt gezonden naar de eventueel door de eigenaar aangewezen contactpersoon. Wanneer de eigenaar, dan wel de contactpersoon, binnen 2 weken na ontvangst van de brief geen gevolg geeft aan de sommatie, heeft de pensionhouder het recht
het dier naar een gecertificeerd asiel te brengen. De eigenaar blijft daarbij steeds gehouden om de uiteindelijke pensionprijs (d.w.z. inclusief de periode van verlenging) te betalen, vermeerderd met de eventuele asielkosten.

ARTIKEL 6 – Annulering
1. Annulering van een reservering is mogelijk tot 1 maand voor de overeengekomen aanvangsdatum van de opvangperiode.
2. Indien de eigenaar niet eerder dan 1 maand voor de overeengekomen aanvangsdatum van de opvangperiode annuleert, is hij een schadevergoeding verschuldigd van 50% van de pensionkosten voor de overeengekomen periode.

ARTIKEL 7 – Klachten
Klachten over de uitvoering van de overeenkomst moeten volledig en duidelijk omschreven bij voorkeur schriftelijk of elektronisch tijdig doch uiterlijk binnen 14 dagen na het verstrijken van de pensionovereenkomst worden ingediend bij de pensionhouder. Niet tijdig indienen
van de klacht kan tot gevolg hebben dat de eigenaar zijn rechten verliest.

ARTIKEL 8 – Rechtskeuze
Op de pensionovereenkomst is Nederlands recht van toepassing.